Verantwoording

Verantwoording van de data

Dit platform is ontwikkeld om publieke onderwijsdata transparant en toegankelijk te maken. De dashboards maken gebruik van wetenschappelijk onderbouwde modellen om een eerlijk beeld van onderwijskwaliteit te schetsen.

Bronnen

De data in deze dashboards is afkomstig van de volgende officiële bronnen:

Inspectie van het Onderwijs

Leerresultaten, schoolweging en formele oordelen — de kern van beide dashboards.

DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs)

Leerlingenaantallen, onderwijspersoneel (FTE), adressen en de functiemix (inschaling/opleidingsniveau). De functiemix is sinds 2024 niet meer op instellingsniveau gepubliceerd.

CBS

De achterstandsscore per VO-vestiging (peildatum 1 oktober 2024), gebruikt als referentiekader voor de leerlingenpopulatie.

Methodiek Primair Onderwijs (PO)

Voor het PO volgen wij de methodiek van de Inspectie. Elke schoolvestiging is een eigen meetpunt; per vestiging tonen we de ontwikkeling over de laatste drie driejaarsperiodes.

  • Referentieniveaus 1F en 1S/2F

    De kern van het dashboard wordt gevormd door het driejaarsgemiddelde van de behaalde referentieniveaus voor taal en rekenen tijdens de doorstroomtoets.

  • Correctie op schoolgewicht

    Scholen worden vergeleken met scholen met een vergelijkbaar schoolgewicht. Dit gewicht wordt bepaald op basis van de sociaaleconomische achtergrond van de leerlingenpopulatie.

  • De signaleringswaarde

    Een school krijgt een score die aangeeft of de resultaten boven, op of onder de verwachte signaleringswaarde liggen.

Methodiek Voortgezet Onderwijs (VO)

Het VO-dashboard volgt het onderwijsresultatenmodel van de Inspectie, gebaseerd op de driejaarsgemiddelden uit de meest recente publicatie. Elke vestiging en onderwijssoort is een eigen meetpunt.

  • Vier indicatoren

    Per onderwijssoort kijken we naar de onderwijspositie t.o.v. het advies, de onderbouwsnelheid, het bovenbouwsucces en het gemiddelde cijfer voor het centraal examen — telkens het driejaarsgemiddelde t.o.v. de (gecorrigeerde) norm.

  • Standaarddeviatie per indicator

    Onze toevoeging op het model: per indicator bepalen we hoeveel de school afwijkt van de norm en drukken we die afwijking uit in een standaarddeviatie. Zo worden de vier indicatoren — met verschillende eenheden (positie, percentages, examencijfer) — onderling vergelijkbaar.

  • Totaalscore (Σ)

    De vier standaarddeviaties worden bij elkaar opgeteld tot één totaalscore. Een score boven 0 betekent dat de school over het geheel boven de norm presteert, eronder betekent onder de norm.

  • Relatieve achterstand (0–100%)

    Als referentiekader voor de leerlingenpopulatie gebruiken we de CBS-achterstandsscore per vestiging, gedeeld door het aantal leerlingen en weergegeven op een schaal van 0 tot 100%. Zo zijn grote en kleine vestigingen eerlijk te vergelijken.

De functiemix (inschaling LA–LE en opleidingsniveau) is sinds 2024 niet meer op instellingsniveau gepubliceerd en wordt daarom alleen ter context, ingeklapt, getoond.

Kans op zittenblijven (VO)

Naast de vier indicatoren tonen we op de gegevenskaart van elke VO-vestiging een afgeleide, informatieve indicator: de kans op zittenblijven. Deze wordt berekend uit de bestaande cijfers voor onderbouwsnelheid en bovenbouwsucces en telt niet mee in de totaalscore (Σ).

  • Methode

    De kans dat een leerling minstens één keer blijft zitten wordt berekend als het complement van de kans om beide fasen zonder vertraging te doorlopen. De exponent is het aantal leerjaren per fase, conform de Inspectie-definitie.

  • Formules per type

    Havo (5 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)³ VWO (6 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)⁴ VMBO G/T (4 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)² VMBO B/K (4 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)²

  • Belangrijk: wat telt mee?

    De Inspectie-indicator bovenbouwsucces rekent niet alleen zittenblijvers (doublures) mee, maar ook leerlingen die zakken voor het eindexamen en het jaar overdoen, en vertraagde afstroom. De zittenblijfkans weerspiegelt dus de volledige onvertraagde doorstroom — niet alléén doubleren. Omdat dit voor elke school identiek wordt berekend, blijven de cijfers onderling vergelijkbaar.

  • Landelijk gemiddelde

    Bij elke school tonen we het landelijk gemiddelde van het betreffende schooltype, zodat u de zittenblijfkans in context kunt plaatsen: Havo 54,2% · VWO 50,6% · VMBO G/T 26,2% · VMBO B/K 25,0%. Vergelijk altijd binnen hetzelfde schooltype.

Belangrijke kanttekening

Hoewel deze dashboards met de grootst mogelijke zorg zijn samengesteld, zijn ze bedoeld voor analyse en dialoog. De officiële beoordeling van een school ligt altijd bij de Inspectie van het Onderwijs. Voor de meest actuele stand van zaken per individuele school verwijzen wij tevens naar Scholen op de Kaart.

Aan deze website of de data kunnen geen rechten worden ontleend en de juistheid ervan kan niet worden gegarandeerd.

← Terug naar de dashboards