Verantwoording

Verantwoording van de data

Dit platform is ontwikkeld om publieke onderwijsdata transparant en toegankelijk te maken. De dashboards maken gebruik van wetenschappelijk onderbouwde modellen om een eerlijk beeld van onderwijskwaliteit te schetsen.

Bronnen

De data in deze dashboards is afkomstig van de volgende officiële bronnen:

Inspectie van het Onderwijs

Leerresultaten, schoolweging en formele oordelen — de kern van beide dashboards.

DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs)

Leerlingenaantallen, onderwijspersoneel (FTE), adressen en de functiemix (inschaling/opleidingsniveau). De functiemix is sinds 2024 niet meer op instellingsniveau gepubliceerd.

CBS

De achterstandsscore per VO-vestiging (peildatum 1 oktober 2024), gebruikt als referentiekader voor de leerlingenpopulatie.

Achterstandsscores & bekostiging (Tools › Achterstandsscores)

CBS-achterstandsscores per basisschoolvestiging, de Informatietool herijking en de bekostigingsregels van OCW, en de schoolweging van CBS/Inspectie. Alle links gecontroleerd in september 2026.

Methodiek Primair Onderwijs (PO)

Voor het PO volgen wij de methodiek van de Inspectie. Elke schoolvestiging is een eigen meetpunt; per vestiging tonen we de ontwikkeling over de laatste drie driejaarsperiodes.

  • Referentieniveaus 1F en 1S/2F

    De kern van het dashboard wordt gevormd door het driejaarsgemiddelde van de behaalde referentieniveaus voor taal en rekenen tijdens de doorstroomtoets.

  • Correctie op schoolgewicht

    Scholen worden vergeleken met scholen met een vergelijkbaar schoolgewicht. Dit gewicht wordt bepaald op basis van de sociaaleconomische achtergrond van de leerlingenpopulatie.

  • De signaleringswaarde

    Een school krijgt een score die aangeeft of de resultaten boven, op of onder de verwachte signaleringswaarde liggen.

Methodiek Voortgezet Onderwijs (VO)

Het VO-dashboard volgt het onderwijsresultatenmodel van de Inspectie, gebaseerd op de driejaarsgemiddelden uit de meest recente publicatie. Elke vestiging en onderwijssoort is een eigen meetpunt.

  • Vier indicatoren

    Per onderwijssoort kijken we naar de onderwijspositie t.o.v. het advies, de onderbouwsnelheid, het bovenbouwsucces en het gemiddelde cijfer voor het centraal examen — telkens het driejaarsgemiddelde t.o.v. de (gecorrigeerde) norm.

  • Standaarddeviatie per indicator

    Onze toevoeging op het model: per indicator bepalen we hoeveel de school afwijkt van de norm en drukken we die afwijking uit in een standaarddeviatie. Zo worden de vier indicatoren — met verschillende eenheden (positie, percentages, examencijfer) — onderling vergelijkbaar.

  • Totaalscore (Σ)

    De vier standaarddeviaties worden bij elkaar opgeteld tot één totaalscore. Een score boven 0 betekent dat de school over het geheel boven de norm presteert, eronder betekent onder de norm.

  • Relatieve achterstand (0–100%)

    Als referentiekader voor de leerlingenpopulatie gebruiken we de CBS-achterstandsscore per vestiging, gedeeld door het aantal leerlingen en weergegeven op een schaal van 0 tot 100%. Zo zijn grote en kleine vestigingen eerlijk te vergelijken.

De functiemix (inschaling LA–LE en opleidingsniveau) is sinds 2024 niet meer op instellingsniveau gepubliceerd en wordt daarom alleen ter context, ingeklapt, getoond.

Kans op zittenblijven (VO)

Naast de vier indicatoren tonen we op de gegevenskaart van elke VO-vestiging een afgeleide, informatieve indicator: de kans op zittenblijven. Deze wordt berekend uit de bestaande cijfers voor onderbouwsnelheid en bovenbouwsucces en telt niet mee in de totaalscore (Σ).

  • Methode

    De kans dat een leerling minstens één keer blijft zitten wordt berekend als het complement van de kans om beide fasen zonder vertraging te doorlopen. De exponent is het aantal leerjaren per fase, conform de Inspectie-definitie.

  • Formules per type

    Havo (5 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)³ VWO (6 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)⁴ VMBO G/T (4 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)² VMBO B/K (4 jr): 1 − (onderbouw/100)² × (bovenbouw/100)²

  • Belangrijk: wat telt mee?

    De Inspectie-indicator bovenbouwsucces rekent niet alleen zittenblijvers (doublures) mee, maar ook leerlingen die zakken voor het eindexamen en het jaar overdoen, en vertraagde afstroom. De zittenblijfkans weerspiegelt dus de volledige onvertraagde doorstroom — niet alléén doubleren. Omdat dit voor elke school identiek wordt berekend, blijven de cijfers onderling vergelijkbaar.

  • Landelijk gemiddelde

    Bij elke school tonen we het landelijk gemiddelde van het betreffende schooltype, zodat u de zittenblijfkans in context kunt plaatsen: Havo 54,2% · VWO 50,6% · VMBO G/T 26,2% · VMBO B/K 25,0%. Vergelijk altijd binnen hetzelfde schooltype.

Achterstandsscores & bekostiging (tool)

De rekentool Achterstandsscores laat per school, bestuur of gemeente zien hoe de achterstandsscore zich ontwikkelt, welk schoolgewicht daarbij hoort en welke onderwijsachterstandenmiddelen (OAB) dat oplevert — vóór en na de herijking van de CBS-indicator. Bij elk getal in de tool staat via een tooltip of het uit de bron komt, door ons is berekend of een voorspelling is. Hieronder staat hetzelfde overzicht, met de berekeningen.

Peildatum, schoolgewicht en bekostigingsjaar

Sinds de vereenvoudiging van 2023 bekostigt OCW het primair onderwijs per kalenderjaar, op basis van de teldatum 1 februari van het voorgaande jaar. De herijkte indicator wordt gebruikt vanaf 2027, op basis van de scores van 1 februari 2026. De tool rekent standaard met het werkelijke tarief dat DUO beschikte, zodat de bedragen aansluiten op de beschikkingen; het herijkte en het indicatieve tarief rekenen we evenredig om naar dat prijspeil.

PeildatumMethodeSchoolgewichtBekostigingTarief (Informatietool)Werkelijk (DUO)
1-2-2024oud2023-2024 (bekend)2025€ 751,17€ 840,79
1-2-2025oud2024-2025 (bekend)2026€ 845,42€ 880,58
1-2-2025herijkt — echte CBS-cijfers, niet uitbetaald2024-2025 (bekend)niet uitbetaald (vergelijking)€ 6.034,31≈ € 6.285 (omgerekend)
1-2-2026herijkt (voorlopig)2025-2026 (voorspeld)2027indicatiefindicatief

Herkomst van elk getal

Uit de bron rechtstreeks overgenomen · Berekend door ons afgeleid uit brongegevens · Voorspeld model of prognose, met marge.

De herijking in cijfers

  • Andere schaal, geen vaste omrekenfactor

    Landelijk is de som van de herijkte scores ruim 7× kleiner (1-2-2025: 520.903 oud tegenover 72.980 herijkt), en het tarief per eenheid navenant hoger. Per school loopt de verhouding sterk uiteen (10% onder 2,9×, de helft onder 6,9×, 10% boven 13,1×), dus scores van vóór en na de herijking kun je niet rechtstreeks vergelijken. Daarom tonen we bij de score van 2027 tussen haakjes een schatting op de oude schaal: de herijkte score × de eigen verhouding oud ÷ herijkt van de school op 1-2-2025. Vergeleken met de score van 2026 laat dat zien hoe de leerlingpopulatie veranderde, los van de herijking. Daarnaast staat de percentielrang: de positie tussen alle scholen, die over de herijking heen vergelijkbaar blijft.

  • Budgetneutraal, maar een forse herverdeling

    De herijking is landelijk (vrijwel) budgetneutraal: het hogere tarief per eenheid compenseert de kleinere scores. Maar tussen scholen verschuift veel geld. Op 1-2-2025 (dezelfde leerlingen, beide methoden) gaan 1.908 scholen erop vooruit en 1.272 achteruit; 563 scholen komen nieuw in de bekostiging en 131 verliezen die helemaal. Op het definitieve DUO-prijspeil van 2026 wisselt zo'n € 69 miljoen van school (in de Informatietool, met het voorlopige tarief, € 66,0 miljoen). Landelijk gaat de OAB van € 459,8 miljoen in 2026 naar € 468,9 miljoen in 2027 met het indicatieve tarief (de som van de scores stijgt ruim 2%), of blijft € 458,7 miljoen met het budgetneutrale tarief.

  • Verschil = herijking + ontwikkeling

    Het verschil tussen de bekostiging van 2026 en 2027 splitsen we in twee delen die precies optellen: (1) de herijking — dezelfde leerlingen van 1-2-2025, door het CBS op de oude én op de nieuwe manier bekeken. De herijkte indicator rekent niet anders, maar kijkt anders naar de populatie: andere achtergrondkenmerken wegen mee. Het verschil laat dus zien of de populatie van een school nu zwaarder of lichter wordt ingeschat, zonder dat die hoeft te veranderen. (2) Andere leerlingen — de verandering van 1-2-2025 naar 1-2-2026, beide herijkt, dus de ontwikkeling van de leerlingpopulatie. De tussenstap, '2026 herijkt', gebruikt de echte herijkte CBS-scores van 1-2-2025, maar is nooit uitbetaald: het laat zien wat de school had gekregen als de herijkte indicator al in 2026 gold. Alleen het bedrag is door ons berekend (score × herijkt tarief op DUO-prijspeil).

  • Leerlingaantallen tellen mee in de score

    De achterstandsscore is een absoluut getal: de som van het verwachte risico van alle leerlingen, min een vaste drempel per leerling (score 'met drempel'). Minder leerlingen met dezelfde samenstelling geeft dus een evenredig lagere score en minder geld. Omdat de drempel per leerling wordt afgetrokken, vergroot hij kleine verschuivingen in de samenstelling sterk uit bij scholen die er net boven zitten. Daarom splitsen we 'andere leerlingen' in twee delen die precies optellen: het aantal leerlingen (het herijkte bedrag van 1-2-2025 × leerlingen 1-2-2026 ÷ leerlingen 1-2-2025 − 1, dus met dezelfde score per leerling) en de samenstelling (de rest: de score per leerling werd hoger of lager). Een vestiging die verdwijnt telt als 0 leerlingen. In de jaartabel staat ook de score per leerling, zodat je jaren binnen dezelfde indicator kunt vergelijken los van het aantal leerlingen.

  • Percentiel: in de tool en in de bronsheet

    Per peildatum en per berekening (oud en herijkt) berekenen we de percentielrang op de score met drempel: het midden van de rang van de school tussen alle scholen, 0 = laagste, 100 = hoogste. In de bronsheet staat dezelfde berekening als formule, (RANK.AVG − 0,5) ÷ aantal × 100, in elk jaartabblad en twee keer in 'Budget per school' (niet-herijkt en herijkt). Het controlescript toetst dat sheet en tool per school gelijk zijn. De 'positie per leerling' bij het schoolgewicht gebruikt de score zónder drempel per leerling: die ligt het dichtst bij de schoolweging.

  • Schoolgewicht: schatting, en een scenario voor de herijking

    Het schoolgewicht na het laatst gepubliceerde jaar weten we niet: de tool toont een voorspelling. Heeft het CBS voor een school geen schoolgewicht gepubliceerd (ongeveer 9% van de scholen), dan tonen we de schatting van model B, als 'geschat'. De schoolweging is een apart CBS-model met vijf kenmerken en valt niet onder de herijking van de achterstandsindicator. Een herijking ervan is niet aangekondigd, en de Inspectie beoordeelt 2026-2027 met de schoolwegingen 2022-2023 t/m 2024-2025. De oranje scenariolijn laat zien wat er gebeurt áls het CBS ook de schoolweging op de herijkte grondslag berekent: de verschuiving van de positie per leerling (percentiel oud → herijkt), vertaald naar schoolgewichtpunten via de landelijke samenhang tussen die positie en het bekende schoolgewicht. Landelijk is dat gemiddeld nul; de typische school verschuift ruim een half punt.

  • Tarief 2027: indicatief of budgetneutraal

    Voor 2027 is nog geen tarief gepubliceerd. Standaard rekent de tool met het herijkte tarief uit de Informatietool (€ 6.034,31), omgerekend naar het werkelijke DUO-prijspeil van 2026: ≈ € 6.285,27 per eenheid. Omdat de landelijke som van de scores op 1-2-2026 ruim 2% hoger ligt, stijgt het totaal dan naar € 468,9 miljoen. Met de schakelaar 'budgetneutraal' verdeelt de tool het budget van 2026 over de nieuwe scores (≈ € 6.147,89 per eenheid, totaal € 458,7 miljoen). De werkelijkheid ligt waarschijnlijk dichter bij de tweede variant, maar is pas zeker als OCW het tarief bekendmaakt.

Controle en kanttekeningen

  • Gecontroleerd tot op de euro

    De tool leest de gegevens live in en herkent tabbladen en kolommen op naam. Een controlescript toetst elke versie: tarieven (afgeleid uit bedrag ÷ score) = de officiële tarieven, landelijke totalen per peildatum, de herverdeling van € 66,0 miljoen, en steekproeven per gemeente en bestuur.

  • Werkelijke bekostiging volgens DUO

    Naast de berekening tonen we per BRIN wat DUO werkelijk beschikte: de reguliere bekostiging, de OAB en het totaal van alle PO-onderwerpen, uit het openbare bekostigingsoverzicht van DUO Zakelijk. DUO beschikt per BRIN, dus vestigingen van dezelfde BRIN delen die bedragen. Daaruit blijkt dat het definitieve bedrag per eenheid achterstandsscore hoger ligt dan in de Informatietool: € 880,58 in plaats van € 845,42 voor 2026, en € 840,79 in plaats van € 751,17 voor 2025 (loon- en prijsbijstelling; zie de onderbouwing bij de DUO-beschikking). Het effect van de herijking en het verschil voor 2027 rekenen we daarom om naar dat prijspeil en zetten we af tegen de totale PO-bekostiging. De gegevens worden op verzoek opnieuw opgehaald; per school staat de datum van de laatste beschikking erbij.

  • Voorlopige scores 2026

    De scores op 1-2-2026 zijn door het CBS als voorlopig gepubliceerd. Na bezwaren en fusies kunnen ze nog wijzigen.

  • Scholen en besturen

    Eén rij is één BRIN-vestiging zoals het CBS die rapporteert. Op 1-2-2026 zijn 31 vestigingen nieuw en 59 vervallen (gesloten of gefuseerd); die staan gemarkeerd. Het bestuur is de stand op 1-2-2025; scholen die daarna van bestuur wisselden, tellen bij het oude bestuur. Vestigingen die alleen op 1-2-2024 voorkomen, zijn weggelaten uit de tabellen.

  • Kleine scholen

    Bij scholen met 40 of minder leerlingen zijn zowel de achterstandsscore (volgens het CBS) als de voorspelling van het schoolgewicht minder betrouwbaar; de marge is dan breder.

  • Geen beschikking

    De bedragen zijn een interpretatie van openbare gegevens. Voor de definitieve bekostiging geldt de beschikking van OCW/DUO.

Belangrijke kanttekening

Hoewel deze dashboards met de grootst mogelijke zorg zijn samengesteld, zijn ze bedoeld voor analyse en dialoog. De officiële beoordeling van een school ligt altijd bij de Inspectie van het Onderwijs. Voor de meest actuele stand van zaken per individuele school verwijzen wij tevens naar Scholen op de Kaart.

Aan deze website of de data kunnen geen rechten worden ontleend en de juistheid ervan kan niet worden gegarandeerd.

← Terug naar de dashboards